| Veld | Waarde |
|---|---|
| Paginatitel (H1 in Shopify) | Vezelversterkt printen: nozzles, slijtage en drogen |
| URL-handle |
vezelversterkt-printen (volledig: https://www.3dprintwinkel.be/pages/vezelversterkt-printen) |
| SEO-titel (52 tekens) | Vezelversterkt printen: nozzles en drogen | Make4PRO |
| Meta-omschrijving (153 tekens) | Waarom koolstof- en glasvezelfilament een geharde nozzle van 0,6 mm vraagt, wat messing kost aan slijtage, en waarom PA6 drogen tijdens het printen moet. |
| Menu | Kennis > Vezelversterkt printen |
| Schema (voor de technische rol) |
TechArticle met author en dateModified, plus FAQPage op het FAQ-blok onderaan |
PAGINA-INHOUD
Koolstof- en glasvezelgevuld filament vraagt twee dingen die gewoon filament niet vraagt: een geharde nozzle van 0,6 mm of groter, en drogen tijdens het printen in plaats van alleen ervoor. Wie één van die twee overslaat, krijgt geen mislukte print maar iets vervelenders: een print die er goed uitziet en waarvan de maten niet meer kloppen.
3Dprintwinkel.be is de webshop van Make4Pro BV en verkoopt uitsluitend aan ondernemingen, vzw's, scholen, overheden en zelfstandigen. Alle prijzen staan exclusief btw en het minimum bestelbedrag is 150 euro exclusief btw per bestelling.
Wat vezelversterkt filament is, en wat het je oplevert
Vezelversterkt filament is een gewone kunststof met korte gehakte vezels erin gemengd, uitgedrukt in gewichtsprocent. Polymaker Fiberon PA6-CF20 is nylon 6 met 20 gewichtsprocent koolstofvezel. Formfutura STYX PA6-GF30 is nylon 6 met 30 gewichtsprocent glasvezel. Fiberon PET-CF17 is PET met 17 gewichtsprocent koolstofvezel.
Wat je ervoor terugkrijgt is stijfheid en maatvastheid, niet zozeer meer treksterkte. De vezels beletten dat het stuk doorbuigt onder belasting en ze verminderen het kromtrekken tijdens het afkoelen. Dat is precies wat je nodig hebt bij jigs, opspanmiddelen en fixtures. Voor een sierstuk is er geen enkele reden om ervoor te betalen.
| Materiaal | Vulling | Nozzletemperatuur | Bedtemperatuur | Geharde nozzle | Drogen | Nabehandeling |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Polymaker Fiberon PET-CF17 | 17 gewichtsprocent koolstofvezel in PET | 270 tot 300 °C | 70 tot 80 °C | verplicht | aanbevolen bij vochtig weer, tijdens of tussen prints door | uitgloeien op 100 °C gedurende 10 uur voor de beste eigenschappen |
| Polymaker Fiberon PA6-CF20 | 20 gewichtsprocent koolstofvezel in nylon 6 | 280 tot 300 °C | 40 tot 50 °C | verplicht | verplicht, uit een droogkast tijdens het printen | uitgloeien op 100 °C gedurende 16 uur, daarna opnieuw op vocht laten komen |
| Formfutura STYX PA6-GF30 | 30 gewichtsprocent glasvezel in nylon 6 | 255 tot 295 °C | 90 tot 110 °C | verplicht | verplicht. Formfutura publiceert geen tijd en temperatuur, print daarom vanuit een droogkast. | geen opgegeven |
| Formfutura StoneFil | 50 gewichtsprocent steenpoeder in PLA | 185 tot 225 °C | 50 tot 60 °C | sterk aanbevolen | fabrikant geeft geen droogadvies | geen |
Koolstofvezel en glasvezel doen mechanisch ongeveer hetzelfde, maar glasvezel heeft twee praktische voordelen: glasvezelgevuld materiaal is niet elektrisch geleidend, wat telt in elektrotechniek en bij sensoren, en het is goedkoper per kilo. Koolstofvezel is lichter en geeft een matte, donkere afwerking. Bekijk alle vezelversterkte filamenten.
Waarom een messing nozzle het niet overleeft
Messing is zacht. Koolstofvezel, glasvezel en steenpoeder zijn dat niet. Elke centimeter gevuld filament die door je nozzle gaat, schuurt van binnenuit een beetje messing weg, en dat gaat sneller dan de meeste mensen verwachten. Bij Make4PRO zien we messing nozzles bij gevuld materiaal soms al binnen enkele honderden gram meetbaar veranderen.
Het vervelende is hoe het misgaat. Een versleten nozzle stopt niet met printen. De boring wordt geleidelijk groter en de punt wordt ronder, en je slicer weet daar niets van. Die blijft rekenen met een opening van 0,6 mm terwijl er meer doorkomt. Het resultaat is een print die er op afstand nog goed uitziet en waarvan de wanddiktes en de gaten niet meer kloppen.
Hoe snel dat gaat, hangt af van het vezelgehalte, de nozzlediameter en je debiet. Eén algemeen getal dat voor elke combinatie klopt, bestaat niet, en wie er toch een noemt, gokt. De praktische regel is daarom eenvoudig: controleer een nozzle die gevuld materiaal draait met een schuifmaat op een vast testonderdeel, en niet op gevoel.
Zo merk je dat je nozzle versleten is
- Je maten lopen weg. Meet een gat of een wand met een schuifmaat en vergelijk met dezelfde print van drie maanden geleden. Een afwijking die groeit in plaats van schommelt, is slijtage.
- De eerste laag wordt breder bij dezelfde instellingen. Een gegroeide boring legt meer materiaal neer.
- Je bovenlagen sluiten slechter. Het debiet klopt niet meer met wat de slicer verwacht.
- Je ziet het. Draai de nozzle eruit als hij koud is en kijk naar de punt. Een verse nozzle heeft een scherpe, vlakke rand rond de opening. Een versleten exemplaar heeft een afgeronde krater.
Welke nozzle dan wel
Voor gevuld filament heb je een nozzle nodig met een slijtvaste binnenzijde. Dat kan gehard staal zijn, of een nozzle met een inzetstuk in wolfraamcarbide of robijn. Alle filamenten in deze collectie vragen er een.
| Nozzletype | Slijtvastheid bij gevuld filament | Warmtegeleiding | Waarvoor | Waar je op let |
|---|---|---|---|---|
| Messing | onvoldoende | zeer goed | PLA, PETG, ABS, ASA, TPU en alle ongevulde materialen | Nooit gebruiken voor koolstof-, glas-, metaal- of steengevuld filament |
| Gehard staal | goed | minder goed dan messing | de standaardkeuze voor PET-CF, PA6-CF en PA6-GF | Reken op een iets hogere ingestelde nozzletemperatuur dan met messing bij hetzelfde materiaal |
| Roestvrij staal | beperkt | minder goed dan messing | toepassingen waar messing chemisch niet gewenst is | Roestvrij is niet hetzelfde als slijtvast. Dit is geen vervanging voor gehard staal bij gevuld materiaal. |
| Wolfraamcarbide-inzetstuk | zeer goed | afhankelijk van het lichaam | hoge volumes gevuld materiaal, productiewerk | Duurder in aankoop, goedkoper per kilo doorgezet materiaal |
| Robijnen punt | zeer goed | afhankelijk van het lichaam | gevuld materiaal waarbij je de maatvoering lang constant wil houden | Het lichaam is vaak messing of koper, en dat bepaalt de maximumtemperatuur, niet de robijn. Controleer die grens voor je er PA6-CF20 of PET-CF17 op 300 °C door draait. |
Een praktische gewoonte die veel gedoe scheelt: hou twee nozzles bij de machine en wissel naargelang het materiaal. Een geharde nozzle voor alles wat gevuld is, een messing nozzle voor PLA en PETG. Dan slijt je dure nozzle niet aan werk waarvoor hij niet nodig is, en behoud je de betere warmtegeleiding van messing waar die telt.
Geharde nozzles verkopen wij niet via de webshop. Mail naar info@make4pro.be met het merk en type van je machine en de gewenste diameter, dan zoeken wij het juiste exemplaar erbij.
Waarom 0,6 mm de ondergrens is bij gevuld filament
Gebruik bij vezelversterkt filament een nozzle van 0,6 mm of groter. Bij 0,4 mm klitten de vezels samen aan de ingang van de nozzle en vormen ze een prop, en die prop merk je pas als je print halverwege stopt met extruderen.
De reden zit in het verschil tussen de kunststof en de vezels. De kunststof smelt en vervormt, de vezels niet. Die blijven stijve staafjes die door de vernauwing voor de opening moeten. Bij een kleine opening gaan ze dwars staan en haken ze in elkaar, en dan bouwt zich een pluk vezels op tot er niets meer door kan. Een grotere opening geeft ze de ruimte om mee te draaien met de stroom.
Belangrijk onderscheid: vulling is niet hetzelfde als vezel. Formfutura StoneFil is PLA met 50 gewichtsprocent steenpoeder en geeft als ondergrens 0,4 mm op, want poederdeeltjes klitten niet samen zoals vezels dat doen. Steenpoeder is wel schurend, dus een geharde nozzle blijft er sterk aanbevolen. Houtgevuld filament zoals EasyWood valt bij ons niet in de categorie die een geharde nozzle vraagt, omdat houtvezel veel zachter is dan glas of koolstof.
Standaardnozzle per Mingda-machine
| Machine | Nozzle standaard | Optioneel leverbaar | Max. nozzletemperatuur | Klaar voor gevuld materiaal |
|---|---|---|---|---|
| Mingda MD-400D IDEX | 0,4 mm | 0,6 mm en 0,8 mm | 350 °C | Ja, mits je naar 0,6 mm gehard gaat |
| Mingda MD-600D Ultra | 0,6 mm | 0,4 mm en 0,8 mm | 350 °C | Ja, met een geharde nozzle |
| Mingda MD-1000D DUO | 0,4 mm | 0,6 mm, 0,8 mm en 1,0 mm | 350 °C | Ja, mits je naar 0,6 mm gehard gaat |
| Mingda MD-1000D Ultra | 0,6 mm | 0,4 mm en 0,8 mm | 350 °C | Ja, met een geharde nozzle |
| Mingda Raptor 450 | 0,4 mm | 0,6 mm en 0,8 mm | 500 °C | Ja, ruime marge op temperatuur |
| Mingda Raptor 800 | 0,6 mm | 0,4 mm en 0,8 mm | 500 °C | Ja, ruime marge op temperatuur |
Controleer naast de nozzle ook je hotend. Polymaker schrijft voor PA6-CF20 een all-metal hotend van minstens 280 °C voor, en voor PET-CF17 een hotend die 300 °C haalt. Op een MD-600D Ultra of een MD-1000D lukt dat met een geharde nozzle, op de Raptor-reeks heb je ruim marge. Twijfel je over je huidige machine, kijk dan eerst op Welke 3D-printer heb je nodig.
Waarom drogen bij PA cruciaal is
Nylon is het meest hygroscopische materiaal in dit gamma. Een rol PA6-CF of PA6-GF die een dag open in de werkplaats ligt, print niet meer zoals het hoort. Bij PA is drogen daarom verplicht en niet aanbevolen, en je droogt tijdens het printen, niet alleen ervoor.
Wat er in de nozzle gebeurt, verklaart waarom. Het opgenomen water zit in de kunststof, en bij 280 tot 300 °C verdampt het slagartig op het moment dat het materiaal smelt. Die stoombelletjes duwen de smelt uit elkaar. Je ziet het aan het knetteren bij de nozzle, aan dampsliertjes, aan een ruw en pokdalig oppervlak en aan draadvorming. Wat je niet ziet, is dat de lagen onderling veel slechter hechten, en dat is precies de eigenschap waarvoor je nylon gekozen hebt.
Er is nog een tweede effect dat blijvend is. Water in nylon bij hoge temperatuur breekt de polymeerketens af. Dat maakt het materiaal permanent zwakker, ook al draai je de rol daarna netjes door een droogkast. Een rol die je nat verprint hebt, geeft je geen tweede kans op die specifieke meters.
| Materiaal | Drogen verplicht | Opgegeven droogschema | Droog houden tijdens het printen |
|---|---|---|---|
| PA6-CF20 (Polymaker Fiberon) | ja | Polymaker schrijft een droogkast tijdens het printen voor, niet enkel vooraf | ja |
| PA6-GF30 (Formfutura STYX) | ja | Formfutura publiceert geen tijd en temperatuur. Print vanuit een droogkast en hou de rol continu droog. | ja |
| PET-CF17 (Polymaker Fiberon) | nee, aanbevolen | aanbevolen bij vochtig weer, tijdens of tussen prints door | aanbevolen |
| PETG | nee | 60 °C gedurende 6 uur, enkel na vochtopname | nee |
| PLA | nee | 55 °C gedurende 6 uur, enkel na vochtopname | nee |
Een droogkast lost een vochtprobleem op, geen verkeerd printprofiel. Hecht je PA of PET-CF slecht of pluimt het, dan is vocht de meest waarschijnlijke oorzaak, maar controleer ook je temperatuur en je debiet voor je een kast bestelt.
Wat een droog- en toevoerkast doet
De Mingda MD-F01 houdt zes rollen op een relatieve vochtigheid onder 15 procent, met een nauwkeurigheid van plus of min 5 procent, bij een temperatuur van kamertemperatuur tot 50 °C. Ze droogt niet alleen, ze voedt ook door naar de printer en schakelt over naar de volgende rol als er een leeg loopt. Capaciteit is vier rollen van 1 kg plus twee rollen van 3 kg, met een maximaal rolgewicht van 3 kg.
Twee beperkingen die je vooraf moet kennen. TPU en andere flexibele materialen kun je er niet door voeren, de doorvoer is er niet op gemaakt. En er circuleren twee verschillende specificatiebladen van de MD-F01 met afwijkende afmetingen, vermogen en droogtechniek, dus welke uitvoering geleverd wordt, bevestigen wij bij de offerte. Bekijk de droogkasten.
Uitgloeien, en de stap die iedereen vergeet
PA6-CF20 haalt zijn opgegeven eigenschappen pas na uitgloeien op 100 °C gedurende 16 uur. PET-CF17 wordt uitgegloeid op 100 °C gedurende 10 uur voor de beste eigenschappen. Sla je dat over, dan heb je een duur materiaal met middelmatige prestaties.
Bij PA6-CF20 hoort er nog een stap achter: laat het stuk na het uitgloeien opnieuw op vocht komen. Kurkdroog nylon is bros. Het vocht dat je tijdens het printen absoluut niet wil, heb je in het afgewerkte stuk juist nodig voor de taaiheid. Dat lijkt tegenstrijdig en het is een van de dingen die het vaakst misgaan bij mensen die net met nylon beginnen.
Controlelijst voor je vezelversterkt bestelt
- Haalt je hotend 300 °C, en is hij all-metal?
- Zit er een geharde nozzle in, en is die 0,6 mm of groter?
- Heb je een droogkast, of kun je de rol tijdens het printen droog houden?
- Heb je een oven of kast die 16 uur op 100 °C kan staan voor het uitgloeien?
- Heb je echt stijfheid nodig, of volstaat PETG voor dit onderdeel?
Is het antwoord op de eerste vier vragen niet allemaal ja, begin dan met PET-CF17 in plaats van met PA6-CF20. PET-CF vraagt geen warme kamer, geen droogkast tijdens het printen bij normaal weer, en het kost minder per kilo. Voor jigs en opspangereedschap dat niet mag doorbuigen is dat vaak al genoeg.
Veelgestelde vragen
Heb ik een geharde nozzle nodig voor PA6-CF?
Ja, een geharde nozzle is verplicht voor PA6-CF20, PA6-GF30 en PET-CF17. Koolstofvezel en glasvezel schuren een messing nozzle van binnenuit weg, soms al binnen enkele honderden gram. Gebruik gehard staal, of een nozzle met een inzetstuk in wolfraamcarbide of robijn, samen met een all-metal hotend die minstens 280 °C haalt voor PA6-CF20 en 300 °C voor PET-CF17.
Wat gebeurt er als ik koolstofvezelfilament door een messing nozzle draai?
De boring van de nozzle wordt geleidelijk groter en de punt wordt ronder. De print blijft lukken, maar je slicer blijft rekenen met de oorspronkelijke diameter, waardoor er meer materiaal wordt neergelegd dan bedoeld. Het gevolg is dat je wanddiktes, gaten en pasmaten stilaan afwijken. Het probleem valt dus niet op als een storing maar als maatafwijking, en dat is precies wat het gevaarlijk maakt bij opspanmiddelen en jigs.
Welke nozzlediameter heb ik minimaal nodig voor vezelversterkt filament?
Gebruik 0,6 mm of groter. Bij een nozzle van 0,4 mm klitten de gehakte vezels samen aan de ingang van de nozzle en vormen ze een prop die je extrusie halverwege de print stillegt. De Mingda MD-600D Ultra en MD-1000D Ultra worden standaard met 0,6 mm geleverd. De MD-400D IDEX, MD-1000D DUO en Raptor 450 hebben standaard 0,4 mm, met 0,6 mm en 0,8 mm optioneel.
Moet ik PA6-CF drogen voor of tijdens het printen?
Tijdens het printen. Polymaker schrijft voor PA6-CF20 uitdrukkelijk voor dat je een droogkast gebruikt tijdens het printen en niet enkel vooraf. Nylon neemt binnen enkele uren zoveel vocht op uit de omgevingslucht dat een rol die je 's ochtends droogt, 's avonds al opnieuw problemen geeft. Het opgenomen water verdampt in de nozzle en breekt bovendien de polymeerketens af, wat het materiaal permanent zwakker maakt.
Is glasvezel of koolstofvezel de betere keuze?
Mechanisch doen ze ongeveer hetzelfde. Glasvezel is goedkoper per kilo en niet elektrisch geleidend, wat het de logische keuze maakt in elektrotechniek en bij sensoren. Koolstofvezel is lichter en geeft een matte, donkere afwerking. Beide vragen een geharde nozzle van 0,6 mm of groter en beide moeten in nylonvorm gedroogd worden tijdens het printen.
Kan ik vezelversterkt filament printen op een machine zonder verwarmde kamer?
Voor PET-CF17 en PA6-CF20 volstaat kamertemperatuur. Polymaker schrijft voor PA6-CF20 zelfs uitdrukkelijk voor dat je de deur van een gesloten machine open laat, want boven 50 °C trekt dit materiaal net méér krom. PA6-GF30 print beter met een gesloten kast. Voor PC-CF en de hogetemperatuurvarianten heb je wel een actief verwarmde kamer nodig, en dat betekent bij ons de Mingda Raptor-reeks.
Laatst nagekeken op 24 augustus 2026 door Stijn Moris, Make4Pro BV. De printinstellingen en droogvoorschriften op deze pagina komen van de fabrikanten Polymaker en Formfutura en staan ook op de productpagina van het betrokken materiaal. Twijfel je of je huidige machine geschikt is, stuur dan het merk en type door naar info@make4pro.be, dan kijken wij het na.
Make4Pro BV, Renier Sniedersstraat 20, 2340 Beerse, BE 1010.610.534. Werkplaats en atelier: Achterstenhoek 5, 2275 Lille, op afspraak. info@make4pro.be, +32 475 21 52 34.